Een woning die vandaag wordt gebouwd, staat er waarschijnlijk in 2070 – of daarna – nog steeds. Toch rekenen we bij nieuwbouw nog grotendeels met klimaatgegevens uit het verleden. Terwijl zomers warmer worden, piekbuien heviger en droge perioden langer, rijst de vraag: moeten we niet fundamenteel anders gaan ontwerpen?
Wij legden deze – en andere – vragen voor aan drie experts. Over één ding zijn ze het in ieder geval eens: we kunnen ons niet veroorloven te wachten tot de bouwregelgeving ingelopen is op de realiteit.
Voorbereiden op extreme omstandigheden
“2050 is het absolute minimum.” Voor Andy van den Dobbelsteen is het eigenlijk vreemd dat we bij nieuwbouw niet veel verder vooruitkijken. Als hoogleraar Climate Design & Sustainability aan de TU Delft doet hij onderzoek naar onder meer duurzame energie en klimaatadaptatie in de gebouwde omgeving. “Iedere zichzelf respecterende bouwer gaat ervan uit dat zijn huis of gebouw minstens vijftig jaar staat. Het zou verstandiger zijn om te kijken naar wat voor 2070 wordt verwacht en verder.”
Dat gebeurt nu onvoldoende. Volgens Van den Dobbelsteen ligt een belangrijke oorzaak bij de klimaatgegevens waarmee de bouwregelgeving rekent. “Die kijken naar het gemiddelde van de afgelopen decennia en daarmee feitelijk achteruit. Ondertussen moeten gebouwen juist voorbereid zijn op extremere omstandigheden: meer zomerse hitte, langere droogte en hevigere regenval.”
Eerst het ontwerp, dan pas de installaties
Een belangrijke rol ligt hierbij voor de ontwerper van het gebouw. Architect Tim Vermeend is oprichter en creative director van Urban Climate Architects en richt zich met zijn bureau sterk op houtbouw en duurzame binnenstedelijke ontwikkeling. Zijn uitgangspunt: een gebouw moet zo min mogelijk negatieve impact hebben en de locatie waar mogelijk beter achterlaten dan hij die aantrof.
Zijn antwoord op dit vraagstuk begint dan ook niet bij meer installaties, maar bij slim ontwerp. Dat begint volgens Vermeend buiten het gebouw. “Genoeg groen kan de temperatuur in stedelijk gebied verlagen, waarna op gebouwniveau zonwering, schaduw, gebouwmassa en kleinere raamoppervlakken kunnen voorkomen dat warmte überhaupt binnenkomt.”
Voor oplossingen hoeven we volgens Vermeend slechts onze blik op het zuiden te werpen. “Als we tweeduizend kilometer rijden, zitten we op de grens van Portugal of Zuid-Italië. Daar wonen ook mensen. Kennis over bouwen voor een warmer klimaat bestaat dus al. Dat leidt tot verrassend simpele vragen: moet een dak zwart zijn? Kunnen we meer reflectie gebruiken? En moeten ramen altijd zo groot?”
Juist dat soort low-tech oplossingen verdienen volgens hem meer aandacht. “We grijpen te makkelijk naar installaties om het probleem op te lossen, terwijl sommige dingen in ons ontwerp gewoon nog niet helemaal goed zitten.”
Niet wachten op regelgeving
Ook bouwkundig adviseur Harm Valk ziet daar een probleem. Valk ging deze zomer na bijna 29 jaar met pensioen bij Nieman Raadgevende Ingenieurs, waar hij uitgroeide tot expert op het gebied van energieprestatie en verduurzaming. Hij blijft onder meer actief als vice-president van REHVA en voor specialistische adviesvragen.
Zijn antwoord op de vraag of de huidige bouwregels voldoende zijn toegerust op het klimaat van over dertig of vijftig jaar is kort: “Nee, natuurlijk niet.” Dat vindt hij overigens niet vreemd, zo legt hij uit. “Decennialang was terugkijken logisch, omdat het klimaat relatief stabiel was. Nederland ontwierp gebouwen bovendien vooral om ze warm te houden. Inmiddels ontstaat een nieuwe werkelijkheid waarin ook de koelbehoefte en oververhitting een steeds grotere rol spelen.”
De regelgeving beweegt mee, maar langzaam. En precies daar wringt het. “We kunnen het ons niet veroorloven om te wachten op wet- en regelgeving. Dat is eigenlijk mijn belangrijkste boodschap.”
Standaard zonwering
Wat kan de sector ondertussen doen? Het drietal komt opvallend vaak bij dezelfde maatregelen uit: groen, schaduw en vooral voorkomen dat zonnewarmte het gebouw binnendringt. Valk formuleert het scherp: “Zullen we eens beginnen met standaard buitenzonwering overal? Zullen we eens ophouden met een wedstrijdje wie de grootste glasopeningen maakt?”
Architecten hoeven volgens hem niet overal screens aan te hangen; zonwering kan net zo goed onderdeel zijn van het gebouwontwerp. “Realiseer je dat de oplossingen die tien jaar geleden prima werkten, het in de toekomst misschien niet meer zo goed doen.”
Van den Dobbelsteen trekt het nog een schaalniveau verder. “Ook stedenbouwkundigen moeten anders gaan ontwerpen. Groen, stromend water en voldoende ruimte voor overstekken en schaduw kunnen de temperatuur rondom gebouwen sterk beïnvloeden. Als groen niet mogelijk is, kunnen bijvoorbeeld lichte gevels en witte daken helpen.”
Uiteindelijk zullen ook de regels veranderen. Valk verwacht dat toekomstige klimaatbestanden hun weg vinden naar onder meer energieprestatie- en oververhittingsberekeningen, waardoor maatregelen tegen zomerhitte vanzelf zwaarder gaan wegen. “Maar de woning die over een paar jaar wordt opgeleverd, wordt vandaag al ontworpen. En dus ligt de eerste stap niet in Den Haag, maar op de tekentafel.”
