50 woningfabrieken staan klaar, maar waarom bouwen we niet sneller?

Auteur zonder afbeelding icoon
Bouw en Installatie Hub
22 oktober 2026
4 min

Nederland investeert miljoenen om de woningbouw te versnellen. Maar een deel van de oplossing staat al klaar: meer dan vijftig Nederlandse woningfabrieken. Samen kunnen ze jaarlijks zo’n 35.000 woningen produceren. Bij structureel voldoende vraag kan dat met ploegendiensten oplopen tot 50.000. Toch wordt de capaciteit nauwelijks voor de helft benut. Tijd voor een expeditie naar de fabriek. Want misschien moeten we niet harder bouwen, maar vooral slimmer organiseren.

De woningbouwversnelling staat volop in de belangstelling. Deze week maakte het kabinet bekend 355 miljoen euro te investeren in de bereikbaarheid van vier grote woningbouwgebieden, waar bijna 30.000 woningen moeten komen. Ook zijn nieuwe afspraken aangekondigd om mensen die dringend woonruimte nodig hebben sneller te huisvesten.

Eerder presenteerde het kabinet al vijftig maatregelen om de woningbouw te versnellen, waaronder eenvoudigere vergunningverlening voor goedgekeurde woningconcepten. Ook streeft de overheid naar 50 procent industriële woningbouw in 2030. Goed nieuws. Maar terwijl Nederland dringend woningen nodig heeft, draaien onze woningfabrieken nog lang niet op volle capaciteit. Hoe kan dat?

Prefab is geen niche meer

Uit mijn jaarlijkse onderzoek naar de prefabmarkt blijkt dat industriële woningbouw volwassen wordt. Ondanks de teruglopende nieuwbouwproductie groeide prefab in 2025 met 8 procent. Het marktaandeel steeg naar ruim 21 procent, tegenover 10 procent vijf jaar geleden.

Ook hardnekkige vooroordelen kunnen overboord. Prefab is allang niet meer beperkt tot rijtjeswoningen aan de stadsrand. Het merendeel bestaat inmiddels uit appartementen. Binnenstedelijke en buitenstedelijke projecten zijn ongeveer gelijk verdeeld. En de meeste woningen krijgen een permanente vergunning.

Ook het idee dat fabriekswoningen minder mooi zijn, houdt geen stand. Uit onderzoek van Platform31 blijkt dat het publiek industrieel gebouwde woningen in 60 procent van de vergelijkingen mooier vindt dan traditionele woningen. Bijna de helft herkent niet eens welke woning uit de fabriek komt. De techniek is er. De kwaliteit ook. Nu de opdrachten nog.

We bouwen industrieel, maar denken nog traditioneel

Het Rijk wil in 2030 de helft van alle nieuwbouwwoningen industrieel realiseren. Producenten achten dat haalbaar, maar bij de huidige ontwikkeling lijkt 30 tot 40 procent realistischer. Wat houdt ons tegen?

Niet alleen stikstof, netcongestie, grondposities en vergunningen. Ook onze manier van ontwikkelen zit in de weg. Gemeenten, corporaties en ontwikkelaars werken vaak nog traditioneel. Eerst wordt een project volledig ontworpen en technisch uitgewerkt. Pas daarna wordt een bouwer geselecteerd.

Maar een woningfabriek werkt anders. Industriële bouwconcepten kennen hun eigen maatvoering, constructies en productiemethoden. Wie een traditioneel ontwerp achteraf in een fabrieksconcept probeert te passen, moet vaak opnieuw gaan tekenen. Weg zijn de voordelen van standaardisatie, snelheid en kostenbeheersing.

De oplossing? Draai het proces om.

Bepaal als opdrachtgever eerst de ambities en randvoorwaarden: aantallen, kwaliteit, uitstraling, duurzaamheid en budget. Selecteer vervolgens vroegtijdig een industriële bouwpartner en ontwikkel samen het ontwerp binnen de mogelijkheden van het bouwconcept.

Dat levert geen eenheidsworst op. Je benut juist wat de fabriek al heeft ontwikkeld en getest, mét ruimte voor architectonische kwaliteit. Ook de overheid moet hierin meebewegen. Niet alleen investeren in bouwlocaties, maar aanbestedingen, vergunningverlening en ontwikkelprocessen inrichten op industriële bouw. Want fabrieksmatig bouwen vraagt ook om fabrieksmatig denken.

Het overlevingspakket van woningfabrieken

    t

  • Meer dan 50 woningfabrieken: goed voor circa 35.000 woningen per jaar, met opschalingsmogelijkheden tot 50.000 bij structurele vraag en ploegendiensten.
  • t

  • Ruim 21 procent marktaandeel: het aandeel prefab is in vijf jaar meer dan verdubbeld.
  • t

  • 30 procent biobased: bijna een derde van de prefabproductie bestaat uit biobased bouwconcepten. Industrieel bouwen biedt bovendien kansen voor minder afval en betere milieuprestaties. Dat krijg je er zelfs vaak gratis bij.

Survivaltip: Betrek de industriële bouwer vroeg in het proces. Geef als opdrachtgever de gewenste prestaties en ruimtelijke kaders mee, maar ontwikkel het ontwerp samen met de producent. Zo voorkom je onnodig maatwerk en benut je de kracht van de fabriek.

De grootste versnelling zit niet in nóg een woningfabriek, maar in een andere manier van samenwerken. Nederland heeft geen gebrek aan woningfabrieken. We hebben vooral opdrachtgevers en overheden nodig die industrieel denken.

Over Expeditie Slim Bouwen

Bouwen is als overleven in een jungle van regels, ambities en problemen. In Expeditie Slim Bouwen neemt Marjet Rutten je elke week mee naar een grensverleggende plek of locatie waar ze alle obstakels en beren op de weg overwonnen hebben. Heb je ook een bijzondere plek die je onder de aandacht wil brengen, mail dan naar de redactie.

Rutten is vanaf 1998 werkzaam in de branche en wil bijdragen aan een dynamische, succesvolle bouwsector. Naast haar werk voor Building Balance is ze actief als Gideon en in vele beoordelingscommissies en jury’s van de overheid, waar ze onder meer oordeelt over de marktkansen van geplande product- en procesinnovaties. Haar laatste boek ‘Van Baksteen naar Blockchain’ over ontwikkelingen in de sector richting 2040 kun je hier bestellen. Meer inspiratie over ontwikkelingen in onze sector? Kijk op www.debouwin2040.nl