De nieuwe minister van Volkshuisvesting moet primair zorgen voor meer woningen, maar ze heeft meer verantwoordelijkheden, stelt Willem Jan van de Groep in deze Zichtlijnen. Ze moet ook letten op de klimaatopgave. ‘Want het negeren van de klimaatopgave kan uiteindelijk de veiligheid en stabiliteit van onze woonomgeving ondermijnen.’
Tijdens een interview bij Buitenhof afgelopen zondag maakte Elanor Boekholt-O’Sullivan, de nieuwe minister van Volkshuisvesting, een opvallende keuze in woorden. Ze wil, zei ze, niet alleen huizen bouwen maar thuizen. Het verschil zit niet in de spelling, maar in de betekenis. Een huis is een gebouw. Een thuis is een plek waar mensen wonen, leven en zich veilig voelen.
Het lijkt een klein taalverschil, maar het zegt iets over hoe de nieuwe minister naar haar portefeuille kijkt. In hetzelfde gesprek benadrukte ze dat Nederland niet alleen woningen moet bouwen, maar ook wijken moet maken. Wijken waarin mensen elkaar kennen, waar de openbare ruimte veilig is en waar gemeenschappen functioneren.
Dat perspectief is relevant, want de minister is politiek vooral op pad gestuurd met een duidelijke opdracht: meer woningen en meer snelheid. Na jaren van stilstand, procedures en onzekerheid is dat begrijpelijk. Nederland heeft woningen nodig en het tempo moet omhoog.
Tegelijkertijd rust er op het ministerie van Volkshuisvesting een verantwoordelijkheid die in het politieke debat opvallend weinig aandacht krijgt. De gebouwde omgeving is namelijk goed voor een aanzienlijk deel van de Nederlandse klimaatopgave.
Die verantwoordelijkheid zit op twee plekken. De eerste is het energiegebruik van gebouwen. Hoe beter woningen worden geïsoleerd en hoe efficiënter installaties worden ontworpen, hoe lager het energieverbruik en dus de CO₂-uitstoot van de gebouwde omgeving.
De tweede component krijgt veel minder aandacht, maar is minstens zo groot. Dat is de uitstoot die vrijkomt bij de productie van bouwmaterialen. Beton, staal, glas en isolatiematerialen veroorzaken grote hoeveelheden emissies voordat een gebouw überhaupt wordt bewoond. Alleen al de materiaalproductie in de bouwsector is verantwoordelijk voor minimaal 13 procent van de totale Nederlandse CO₂-uitstoot, terwijl we de werkelijke impact nog niet eens volledig in beeld hebben.
Wie woningbouw versnelt zonder dit aspect mee te nemen, versnelt dus ook een aanzienlijk deel van het klimaatprobleem.
Toch wordt bouwen met minder CO₂-uitstoot in het debat vaak neergezet als een obstakel voor woningbouw. Duurzamere materialen zouden duurder zijn, extra eisen zouden projecten vertragen en hogere ambities zouden woningbouw onmogelijk maken.
Dat frame is hardnekkig, maar zelden volledig. Veel van de vertraging ontstaat niet door ambitie, maar door versnippering. Gemeenten, ontwikkelaars en beleggers proberen allemaal vooruit te lopen op Europese regelgeving die eraan komt. Omdat nationale normen achterblijven, ontstaan verschillende indicatoren, rekenmethoden en interpretaties. Voor de markt voelt dat als complexiteit en bovenwettelijke eisen, terwijl het in feite een gebrek aan nationale richting is.
Als de minister werkelijk thuizen wil bouwen in plaats van alleen huizen, dan hoort daar ook een realistische blik bij op de toekomst van de bouwsector. Woningen worden immers gebouwd voor meerdere generaties. De gebouwen die we vandaag realiseren staan er vrijwel zeker nog in 2050 en waarschijnlijk ook daarna.
Juist daarom kan het negeren van de klimaatopgave uiteindelijk de veiligheid en stabiliteit van onze woonomgeving ondermijnen. Europese regelgeving rond materiaalemissies wordt steeds strenger. Als de sector zich daar niet tijdig op voorbereidt, kan dezelfde dynamiek ontstaan die we inmiddels kennen uit het stikstofdossier: plotselinge beperkingen, schaarste aan materialen en sterk oplopende kosten.
In dat scenario wordt bouwen niet sneller, maar juist steeds moeilijker.
De ironie is dat het uitstellen van de klimaatopgave daarmee precies het tegenovergestelde kan bereiken van wat de minister wil: minder woningen, minder zekerheid en minder thuizen. De minister van Volkshuisvesting gaat dus niet alleen over huizen of thuizen. Ze gaat ook over de voorwaarden waaronder we in Nederland überhaupt kunnen blijven bouwen. En wie thuizen wil bouwen voor de toekomst, kan het zich niet veroorloven om de klimaatopgave als bijzaak te behandelen.
