Efficiënt bouwen? Mars is het ultieme lean-project

Auteur zonder afbeelding icoon
Bouw en Installatie Hub
04 februari 2026
5 min

Stel, we weten met 100% zekerheid dat de wereld vergaat. Dan moeten we naar Mars. Alleen Mars is in deze fantasie niet het doel, schrijft Pim van Meer in deze Pims Doolhof. Mars is het vergrootglas voor onze manier van werken nu.

Mijn baas, Daan van der Vorm, CEO van Vorm Holding vroeg me: “Schrijf eens over wonen op Mars”. Maar je gaat niet naar Mars omdat onze Elon je een ruimtereis wil aansmeren. Je gaat alleen naar Mars omdat we blijkbaar pas echt bewegen als de natuurkunde ons een deadline geeft. We ervaren pas het gevoel van urgentie als de wereld letterlijk in de fik staat. Nu niet zeggen dat we het gevoel van urgentie voelen en daarna vrolijk doorgaan met de waan van de dag.

En ja, deze column begon als wens, van onze Elon Musk. Maar eigenlijk gaat het niet over raketten. Dit gaat over Nederland, over woningbouw, over de vraag wanneer je data gedreven werken echt begrepen hebt, en je hebt bewezen dat je mee mág naar Mars.

Want Mars is het ultieme lean-project. Geen marge voor verspilling. Geen gedoe met we proberen het nog een keer. Daar geldt maar één ontwerpvraag: hoe bouw je zo dat mensen kunnen blijven leven, objectief toetsbaar ten top met minimale middelen en maximale levensduur. Bouwen en modulair houwen, anders niet.

Stel dat we de Mars-logica hier NU toepassen. Eerst de ethiek: wie krijgt er überhaupt een ticket? Je stuurt alleen partijen die laten zien dat ze verantwoordelijkheid nemen over de volle levenscyclus. Niet alleen opleveren, maar ook onderhouden, aanpassen, demonteren. Alleen bouwconcepten die modulair zijn, inspecteerbaar, repareerbaar. Alleen materiaalcombinaties die logisch zijn voor energie, gezondheid EN hergebruik, niet alleen voor de brochure.

Op Mars is echt goede isolatie geen wens, maar randvoorwaarde. Warmteverlies is daar geen energielabeldiscussie, maar een sterftekans. Dus bouw je kierdicht, koudebrugvrij, hypergeïsoleerd – en je meet het. Zouden we weten dat we naar Mars gaan, dan zouden we morgen veel energieverantwoorder bouwen. Hier op aarde doen we soms nog alsof tocht karakter heeft. De woning ademt, zeggen we dan. Ja: jouw geld naar buiten.

Water is op Mars geen service, maar een systeem. Elke druppel wordt hergebruikt, niet omdat dat mooi klinkt in een manifest, maar omdat je anders uitdroogt terwijl je manifest nog nat is van de printer. Hier spoelen we drinkwater door de wc omdat het goedkoop is, en zijn dan verbaasd als droogte ineens geen theoretisch risico blijkt. Mars zou dat kinderachtig vinden.

Materiaalgebruik wordt daar automatisch eerlijk. Elke kilo die je omhoog stuurt, moet iets doen. Liefst meer dan één ding. Verspilling is geen kostenpost maar keihard afgestrafte domheid. Hier accepteren we faalkosten en dubbele logistiek alsof het natuurwetten zijn. Alsof het er gewoon bij hoort dat we dingen drie keer tekenen, twee keer bestellen en één keer weggooien. We discuteren al jaren over de logica van metselwerk maar er verandert weinig. Mars trekt voor dat gedrag simpelweg de stekker eruit.

En dan het ontwerp zelf. Op Mars bouw je modulair, demontabel en onderhoudbaar. Alles moet open kunnen, aangepast kunnen worden, vervangen kunnen worden. Niet omdat circulair een hip woord is, maar omdat je geen keus hebt. Hier doen we nog vaak alsof een woning een eindproduct is. Alsof bewoners nooit van levensfase veranderen en installaties eeuwig meegaan. Als het misgaat noemen we het beheeruitdagingen in plaats van ontwerpfouten. We praten hier over circulair maar handelen we ernaar?

En esthetiek? Mars verbiedt schoonheid niet. Het verschuift de volgorde. Eerst programma, gezondheid, energie, onderhoudbaarheid, flexibiliteit, materiaalpaspoorten, comfort. Dán pas de vraag hoe het eruitziet. Niet: het moet lijken op jaren dertig, anders verkoopt het niet. Maar: voldoet het aan de prestatie-eisen, is het leesbaar, menselijk, niet anoniem? Dáárna mag je spelen met ritme, textuur, kleur. Esthetiek wordt geen excuus meer om slechte prestaties te verbergen en een programma dat net niet past. Esthetiek is een extra laag bovenop een kloppende som.

En ergens schuurt daar de echte ethische vraag: wanneer heb je bewezen dat je mee mag naar Mars? Niet als je de mooiste render hebt gemaakt, maar als je laat zien dat je gebouw na twintig, dertig, vijftig jaar nog steeds logisch is. Dat je vooraf hebt nagedacht over echte integraliteit! Onderhoud, vervanging, echte aanpassing. Dat je niet bouwt om weg te komen met de minimum-eis, maar om een systeem neer te zetten dat anderen niet opzadelt met jouw nalatigheid.

Mars dwingt ons ook sociaal volwassen te zijn. Wonen is daar per definitie een teamsport. Als iemand de filters niet schoonmaakt, ademt de rest het resultaat in. Als iemand beknibbelt op onderhoud, voelt iedereen dat. Daar kun je je niet verstoppen achter de keten. Hier willen we vaak wél de vrijheid van individuele keuzes, maar niet de discipline van collectieve afspraken – tot het misgaat, en we met z’n allen verbaasd naar de sector wijzen.

Dus, Daan van der VORM, Mars is een fantastisch thema! Mars is het vergrootglas dat laat zien dat we technisch al veel verder zijn dan ons gedrag. Dat we (zeer serieuze) pijn nodig hebben om echte verandering te omarmen. We hébben de kennis om beter te isoleren, water slimmer te gebruiken, materialenpaspoorten te maken, demontabel te bouwen en esthetiek anders te definiëren. De vraag is niet of we het kunnen. De vraag is of we het durven verplichten – bij onszelf.

Fileermoment

We praten graag over toekomstbeelden, maar als we eerlijk zijn, zou Mars ons vandaag geen ticket geven. Niet omdat we de techniek niet hebben, maar omdat we te vaak kiezen voor toneel boven verantwoordelijkheid.

En dat is misschien het pijnlijkste inzicht: niet de zwaartekracht houdt ons tegen, maar onze eigen bereidheid om eindelijk te gaan leven alsof urgentie geen sciencefiction is.