De aanhoudende droogte maakt het vervoer van bouwmaterialen over de Nederlandse rivieren duurder en lastiger. Wat merkt de sector nu al van de historisch lage waterstanden, en wat gebeurt er als de droogte na de bouwvak aanhoudt?
Er is veel minder neerslag gevallen dan normaal in juli. Volgens Rijkswaterstaat is de afvoer van zowel de Rijn als de Maas historisch laag. Ook de komende weken wordt er weinig neerslag verwacht. De Rijnafvoer kan iets toenemen, maar blijft naar verwachting extreem laag.
100 ton minder lading per 10 centimeter
De afnemende vaardiepte heeft als gevolg dat binnenvaartschepen minder zwaar beladen kunnen worden, zo legt Koninklijke Binnenvaart Nederland (KBN) uit. “Als vuistregel geldt dat een schip op de Rijn per 10 centimeter minder beschikbare vaardiepte ongeveer 100 ton minder lading kan meenemen, al verschilt dat per schip en vaarroute.
“Om dezelfde hoeveelheid goederen op de plaats van bestemming te krijgen, zijn meer reizen nodig en nemen de transportkosten toe. In de praktijk wordt vaak gewerkt met een laagwatertoeslag, waarmee de extra kosten van het vervoer worden doorberekend aan de opdrachtgever.”
Zand, grind, cement en staal
Ook handels- en logistiekvereniging evofenedex laat in een reactie weten te zien dat de bouwmaterialenaanvoer tot de sectoren behoort die het meeste merken van de beperkte bevaarbaarheid. “Schepen kunnen minder meenemen, waardoor meer reizen nodig zijn. Dat kan vervolgens leiden tot langere levertijden, hogere kosten en uiteindelijk vertraging op de bouwplaats wanneer voorraden niet tijdig kunnen worden aangevuld.”
Uitwijken naar vrachtwagens of het spoor biedt lang niet altijd een oplossing. De volumes zijn daarvoor soms te groot of een spooraansluiting ontbreekt. Waar een alternatief wel mogelijk is, kunnen de transportkosten volgens evofenedex twee tot drie keer hoger uitvallen. Bovendien ontstaat een waterbedeffect: goederen die niet meer over het water gaan, zorgen voor extra druk op het toch al drukke wegennet.
Bouwvak dempt gevolgen
Hoewel de droogte wel degelijk impact begint te hebben op de binnenvaart, lijkt de Nederlandse bouw daar op grote schaal nog weinig van te merken. Dat heeft een logische reden; het is bouwvak en veel bouwplaatsen liggen momenteel stil.
Bouwend Nederland laat weten nog geen directe signalen uit de sector te ontvangen, buiten de gevolgen van de afsluiting van de Twentekanalen, die sinds 25 juli volledig gestremd zijn. Rijkswaterstaat heeft daar ook een verbod ingesteld op het onttrekken van water om schade aan de waterkeringen te voorkomen. KBN becijferde eerder dat een stremming van twee weken op het Twentekanaal ongeveer 1,8 miljoen euro aan economische en maatschappelijke kosten veroorzaakt.
Droogte niet meer als incident behandelen
De binnenvaart is gewend om met laagwater om te gaan, zo legt KBN uit. “Ondernemers beladen hun schepen anders, passen vaarschema’s aan en stemmen hun planning af op de beschikbare vaardiepte. Ook verschijnen er schepen die specifiek zijn ontworpen om bij lage waterstanden relatief veel vracht te kunnen vervoeren.”
Maar alleen aanpassen op het moment dat het water laag staat, is volgens KBN niet voldoende. De brancheorganisatie verwacht dat periodes van extreem laagwater vaker zullen voorkomen en pleit daarom voor een langetermijnaanpak. Knelpunten en ondieptes moeten structureel worden aangepakt en bij keuzes over waterveiligheid, natuur en zoetwater moet ook de bevaarbaarheid van rivieren worden meegewogen.
Logistieke waarschuwing
Ook evofenedex vindt dat bedrijven laagwater structureel moeten meenemen in hun logistieke planning. Dat betekent bijvoorbeeld kritisch kijken naar voorraden, alternatieve routes vooraf in kaart brengen en de afhankelijkheid van één vervoerswijze tegen het licht houden. “Dit risico moeten we niet langer als incident behandelen, maar structureel meenemen in de logistieke planning en ketenstrategie”, vat evofenedex de opgave samen.
Voor de bouw lijkt de droogte daarmee vooralsnog een logistieke waarschuwing. De echte test volgt na de bouwvak. Als neerslag uitblijft terwijl bouwplaatsen weer op volle toeren draaien, kunnen hogere transportkosten en moeilijker bereikbare vaarwegen nadrukkelijker voelbaar worden in de aanvoer van bouwmaterialen.
