Gemeenten, laat lokale MKB-bedrijven onze infrastructuren redden

Auteur zonder afbeelding icoon
Bouw en Installatie Hub
05 januari 2026
3 min

Onze geweldige infrastructuren vormen de ruggengraat van Nederland. Maar, waarschuwt Philip van Nieuwenhuizen, voorzitter van MKB INFRA, we nemen ze te veel als vanzelfsprekend aan. Gemeenten moeten daarom structureel investeren in onderhoud, en lokale MKB-bedrijven leveren daarbij extra meerwaarde. 

Het rapport Wennink gaat uit van een optimaal werkende fysieke en digitale infrastructuur als basisvoorwaarde voor “De route naar toekomstige welvaart”. Tegelijk luiden de Mobiliteitsalliantie en de Logistieke Alliantie de noodklok over de enorme opgave om dat te kunnen garanderen. En recent verscheen het nieuwe overzicht van de Staat van de infrastructuur. In de eerste alinea daarvan staat:  “De staat van de Nederlandse infrastructuur geeft een zorgwekkend beeld. We staan voor de grootste onderhoudsopgave van onze infrastructuur ooit en het kost de grootste moeite om daarmee op schema te blijven. De infrastructuur in Nederland vormt de ruggengraat van onze samenleving en economie en houdt onze delta veilig. Het is belangrijk om daarin te blijven investeren.”

Het ontbreekt stelselmatig aan aandacht voor de volledige waarde van onze infrastructuur. Waarde is heel iets anders dan kostprijs. Wat waarde is, beseffen we pas echt als er te weinig instandhoudingskosten zijn gemaakt en daardoor een brug buiten gebruik wordt gesteld, de elektriciteit of het internet uitvalt, de WC overstroomt, de verwarming het niet doet of als er geen of ondrinkbaar water uit de kraan komt. 

En dan hebben we het nog niet eens over de wat minder tastbare waarden, zoals volksgezondheid en levensduur, die bij ons op zo’n hoog niveau liggen door schoon drinkwater, riolen en rioolwaterzuivering. Of over het welzijn, dat bevorderd wordt door veel water en groen in de omgeving. Of over klimaatadaptatie door slim dubbel gebruik van infrastructuur voor berging en afvoer van water. Die waarden zouden leidend moeten zijn bij onze prioriteiten en budgetten. 

Maar nee, zolang we bij terugkomst van vakantie blij zijn weer op de comfortabele Nederlandse wegen te rijden, snel internet hebben, lekker warm kunnen douchen en water uit de kraan kunnen drinken, denken we dat onze infrastructuren de beste van Europa zijn. Dus maakt niemand er een onderwerp van bij verkiezingen. Het trekt immers geen kiezers als je geld stopt in iets wat (nog) functioneert. 

Intussen kraakt wel heel veel infrastructuur in zijn voegen, wordt buiten gebruik gesteld of staat zelfs op instorten. En dan hebben we het niet alleen over de landelijke spoor-, water- of snelwegen. Iedereen weet wel een binnensteeds bruggetje of een kade, waar je niet meer met de auto overheen mag. Ook stroomuitval treft steeds vaker hele wijken en recent nog hebben inwoners van Utrecht en Amersfoort massaal drinkwater gehamsterd omdat er bacteriën in het drinkwater zaten.

Nu weten we echte drama’s zoals in Genua en Dresden nog te voorkomen, maar dat gaat niet lang meer goed. Niets doen kan ons lelijk opbreken, want zonder infrastructuur staat alles stil, niet alleen onze economie. De hele sociale en fysieke verbinding, het comfort en het dagelijks leven worden beïnvloed of verstoord. Dat is niet in geld uit te drukken. 

Helaas komt de waardering voor de waarde van infrastructuur doorgaans pas als het zover en dus te laat is. De oproep aan alle partijen bij de komende gemeenteraadsverkiezingen is derhalve: wees niet kortzichtig en zorg voor voldoende budget om drama’s te voorkomen. Stel een minimumpercentage vast voor instandhouding van infrastructuur in de gemeentelijke begrotingen en benut daarbij de kracht van de lokale mkb-infrabedrijven. Die zijn voor hun functioneren afhankelijk van die infrastructuur en zullen dus optimale kwaliteit leveren, bij planning en uitvoering. Dat is ook nog eens goed voor de CO2-voetprint en de lokale werkgelegenheid en is dus gratis toegevoegde waarde.