Beton mag gezien worden Tekst: Marion de Graaff, Tekstbureau ’t Kofschip. Beeld: Shutterstock.com

Beton mag steeds vaker gezien worden. Vroeger gold het puur als een bouwmateriaal dat nog afgewerkt, lees: weggewerkt, moest worden. Tegenwoordig is de industriële uitstraling gewild. Afwerken is dan nog wel nodig, maar wegwerken hoeft niet meer.

Omdat de technieken om beton af te werken steeds beter zijn geworden, doet het materiaal zijn opgang in de woningbouw. Een gepolijste betonnen vloer of trap behoeft geen verdere afwerking. De bovenlaag is vlak en hard, en glimt licht. Daardoor ziet een vloer of trap er wel stoer en industrieel uit, maar is het ondanks dat het van oorsprong een ruw en kaal constructiemateriaal is, toch toepasbaar in een woonomgeving. Er zijn meerdere manieren om beton af te werken, zoals impregneren, slijpen, frezen, zandstralen, en natuurlijk polijsten. Ook gekleurd beton is mogelijk door aan het natte mengsel pigmenten toe te voegen.  

Van ruwbouw naar afbouw

Dankzij de trend dat beton vaker zichtwerk is, kwam beton deels van de ruwbouw in de afbouwfase terecht. Het feit dat betonvloeren volledig naadloos zijn en stof en vuil afstoten, maakt ze ook geschikt voor mensen met een allergie. Dat draagt zeker bij aan de populariteit van ‘zichtbeton’ in de woningbouw. Een betonnen vloer of een betonnen trap ziet er robuust en degelijk uit, en is dat ook. In nieuwbouwprojecten krijgen de kopers soms de vraag van de bouwer hoe de betonnen vloer of trap afgewerkt gaat worden. Kiezen ze ervoor om het beton in het zicht te laten, dan wordt de bovenlaag gevlinderd en daarna gepolijst. Het is handig om dat voor de oplevering te doen, in de afbouwfase dus.

Bekisting maken is vakwerk

Een betonnen trap is sterk en degelijk. Een groot voordeel is dat hij nauwelijks contactgeluid doorgeeft. Beton is verder ook heel onderhoudsvriendelijk. In publieke gebouwen, maar ook in woningen worden betonnen trappen toegepast. Wordt zo’n trap bekleed met vinyl, tapijt, hout, of natuursteen dan is een ruw gegoten betontrap een prima ondergrond. Blijft het beton in het zicht, dan wordt die vaak al voorbewerkt. Een betonnen trap kan kant-en-klaar op de bouwlocatie worden afgeleverd, of ter plaatse gegoten worden. Beiden hebben voor- en nadelen. Een prefab betontrap uit de fabriek is wat goedkoper, maar kan niet altijd en overal in z’n geheel geplaatst worden. Is de locatie waar de trap moet komen slecht of niet te bereiken, dan kan een trap beter ter plekke gemaakt worden. Het maken van de bekisting daarvoor is echt vakwerk. Het moet goed gebeuren, want beton is zwaar en het geeft zoveel druk op het hout dat een trap in de gietfase kan vervormen of – veel erger nog – kan instorten. 

Glad

Een trap is bijna nooit standaard. Zaken als het aantal treden en draaien en de manier van afwerken bepalen de moeilijkheidsgraad. Een trap die ter plaatse gegoten wordt, zal waarschijnlijk net iets beter aansluiten dan een prefab betonnen trap. Een prefab trap wordt al in de fabriek gepolierd of gepolijst. Omdat de trap dan nog alle kanten op te draaien is, is hij gemakkelijk te behandelen. Het is lastig om een trap bij het gieten op een bouwlocatie zo glad te krijgen. Een tussenvorm is om losse prefabtreden uit de fabriek te installeren. Die zijn dan al behandeld, en kunnen ter plaatse worden afgemonteerd, meestal door ze in een muur te  verankeren

Ook interessant