Forten: verborgen parels in het landschap Tekst: Marion de Graaff ; Tekstbureau ’t Kofschip

De Hollandse Waterlinie is bij UNESCO voorgedragen om de Werelderfgoedstatus te krijgen. Het proces is in volle gang en in de zomer zal UNESCO uitsluitsel geven. Eerder is de Stelling van Amsterdam al tot Werelderfgoed uitgeroepen. 
Architecten Gert-Jan de Jong en Egbert Eshuis van Arc2 waren nauw bij enkele transformaties betrokken.

De Hollandse Waterlinie en De Stelling van Amsterdam vormden vroeger samen één verdedigingslinie, bedoeld om te beschermen tegen vijandelijke legers. Verschillende partijen, waaronder de provincie Utrecht en architectenbureau Arc2 zorgen ervoor dat de forten gerestaureerd en/of getransformeerd worden tot toegankelijke en aantrekkelijke locaties waar diverse activiteiten kunnen plaatsvinden. 

Militaire monumenten 

Gert-Jan de Jong: ‘De Hollandse Waterlinie is een uniek gebied, zowel qua landschap als qua architectuur. De forten zijn militaire monumenten. Als je ze laat voor wat ze zijn, raken ze steeds meer in verval. Door ze op te knappen kunnen ze behouden blijven. Voor ons is dit een bijzonder project. Omdat een fort een monument is, ben je als architect met handen en voeten gebonden, maar het is spannend om uit te zoeken wat er wél kan en om dat vervolgens zo goed mogelijk vorm te geven. Steeds als je zo’n gebouw binnenstapt dat al jaren leeg staat, geeft je dat een gevoel alsof je in een schatkamer bent aangeland.

Parallel geschakelde gewelven 

Een van de forten die door Arc2 werd getransformeerd, is Fort Lunet aan de Snel. Architect Egbert Eshuis vertelt: Het ging hier om een herbestemmingsplan. De kazerne in het fort was nog in de oude staat, vormgegeven als een serie parallel geschakelde gewelven en een opbouw op de eerste verdieping. Bovenop het gebouw ligt een dikke laag grond. Het lag in de bedoeling om het fort een nieuwe, recreatieve bestemming te geven. Toen de Explosieven Opruimings Dienst (EOD) in 1969 in het fort trok, is het deels wel wat aangepast, maar zonder veel oog voor detail. Er waren roosters in de gevel en elektrische bekabeling op de gevel aangebracht, bepaalde doorgangen waren dichtgemetseld. Dat hebben we nu allemaal weer ongedaan gemaakt. Op sommige plaatsen moest het metselwerk hersteld worden. Ook de hemelwaterafvoer en ventilatie behoefden aandacht. Naast al die herstelwerkzaamheden, waren er ook andere aanpassingen nodig, want recreatief gebruik stelt bepaalde voorwaarden aan een pand.  Het fort moest bijvoorbeeld worden aangesloten op het riool, er moest nieuwe elektrische bekabeling komen, evenals glazen puien voor daglicht, toiletten, een pantry en een herkenbare entree.’ 

Respect voor gebouw en omgeving 

‘Als je denkt dat je bij een dergelijk project als architect je stempel erop kunt drukken, dan kom je bedrogen uit,’ zegt De Jong. ‘Als architect heb je een bescheiden rol bij een dergelijke transitie, je bent dienstbaar bezig. Het gaat erom dat je met respect voor zowel het gebouw als de omgeving opereert. De overheid ziet daar overigens op toe, en we hadden regelmatig overleg met de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Door forten een eigentijdse functie te geven, worden ze beschermd en onderhouden. Ik zie forten als verborgen parels in het landschap. Het is aan ons om ze wat op te poetsen, maar ze mogen niet teveel gaan glimmen.’ Fort Lunet aan de Snel is inmiddels opgeleverd en heeft een nieuwe naam gekregen: Waterfort. Het is een educatief centrum op het gebied van water geworden, maar mensen kunnen er ook vergaderen, feest vieren, trouwen en noem maar op. De reacties van het publiek zijn enthousiast.

Ook interessant