Van garage via kantoorpand naar appartementen Tekst en beeld: Marion de Graaff, Tekstbureau ’t Kofschip.

Op 15 juni 2019 was het weer de Dag van de Bouw, met dit keer 142 deelnemende projecten. Bouwplaatsen in alle uithoeken van Nederland waren opengesteld voor het publiek. Het was mooi weer en zo’n 77.000 mensen (volgens bouwmachines.nl) maakten van de gelegenheid gebruik om nu eens achter de bouwhekken en steigers te kijken, onder andere in Deventer.

Van Groningen tot Zeeland en van Limburg tot Den Helder waren bouw- en infraprojecten te bezoeken, waaronder woningen, wegen, tunnels,  sportcomplexen, sluizen, ziekenhuizen en bruggen. In iedere regio was een uitzonderlijk, indrukwekkend of bijzonder bouwproject gekozen waar de Dag van de Bouw officieel geopend werd. In de regio Oost was dat de nieuwbouw van Zone.college in Doetinchem. De landelijke opening van de Dag van de Bouw vond plaats in de regio Randstad Zuid. Directeur generaal van Rijkswaterstaat Michelle Blom en Maxime Verhagen, voorzitter Bouwend Nederland, verrichtten samen de officiële openingshandeling op de bouwplaats van de Rotterdamsebaan in Den Haag. De Rotterdamsebaan is een nieuwe weg die Den Haag en de regio beter bereikbaar maakt door de snelwegen A4 en A13 met de Centrumring van Den Haag te verbinden. 

Deventer, 42 appartementen in de binnenstad

In Deventer deden twee projecten mee: de waterwoningen aan de Rielerkolk, en de transformatie van het UWV-kantoor, midden in de stad. In dat pand worden 42 kleinschalige appartementen gerealiseerd door bouwbedrijf Van Wijnen. Projectleider Hans Koolhof en een aantal collega’s leidden groepjes geïnteresseerden rond. Hij legde uit hoe de werkwijze is en vertelde iets over de geschiedenis van het pand. Het zogenaamde Hardonkcomplex werd gebouwd in de jaren ’50 voor Autobedrijf Hardonk. Na zo’n dertig jaar kreeg het pand een andere bestemming. Na een grondige verbouwing op basis van een ontwerp van de Deventerse architect Jon Kristinsson heeft het jaren dienst gedaan als kantoorruimte. De laatste jaren was het UWV er gevestigd. 

Circulair en duurzaam

En nu dus weer een transformatie, naar woonruimte dit keer, met in de plint van het gebouw commerciële ruimtes voor kleinschalige creatieve bedrijven en horeca. Het gebouw maakt deel uit van een beschermd stadsgezicht. Tijdens de rondleiding wordt duidelijk dat het pand circulair verbouwd wordt. Hans Koolhof: ‘In de eerste plaats past het helemaal in de circulaire gedachte om een bestaand pand een nieuwe bestemming te geven. Het ontwerp is er op afgestemd om de bestaande structuur van de oude kantoren in tact te laten. Ook hergebruiken we zo veel mogelijk materialen. We gebruiken bijvoorbeeld de dorpels en kozijnen uit het bestaande pand. Daar is het ontwerp helemaal op afgestemd.’ Voorafgaand aan de bouw is er uitgebreid gekeken naar de mogelijkheden voor het maken van de kleine studio’s, want er is op dit moment grote behoefte aan woningen voor één tot twee persoonshuishoudens. Koolhof: ‘Ook hier is duurzaamheid en circulariteit uitgangspunt. We willen een duurzame herbestemming realiseren. Het mooie van het ontwerp van het ArchitectenLab is dat de aanvankelijk kleine eenheden relatief eenvoudig vergroot kunnen worden tot royale woningen als op termijn de huizenmarkt verandert.’ 



Licht en uitzicht

Het gebouw krijgt een nieuwe gevel die veel licht in de appartementen toe zal laten. Natuurlijk gaan de wooneenheden helemaal voldoen aan het bouwbesluit en aan alle eisen van deze tijd. De gele gasleidingen in de gangen die nog weggewerkt moeten worden, vallen op bij een dame in het groepje toehoorders. ‘Niet gasloos?’, zegt ze een beetje streng. Koolhof reageert: ‘Nee, deze appartementen zijn bedoeld voor het middenhuursegment, en het zou te duur worden om hier iets met warmtepompen te doen. De keukens zijn wel elektrisch, maar er wordt verwarmd met gas.’

Op iedere verdieping loopt het groepje belangstellenden direct naar de toekomstige raampartijen om het uitzicht te bewonderen. Het postkantoor daterend uit 1906 – ook verbouwd tot appartementen – spreekt aan, maar natuurlijk ook de Lebuïnus, de Leeuwenbrug en andere karakteristieke gebouwen in de Hanzestad. Het uitzicht is op de bovenste bouwlaag veruit het mooist. ‘Ja, ik zie de IJssel!’, klinkt het na een tijdje ingespannen turen. Dat wordt genieten voor de bewoners van de penthouses met de aangrenzende dakterrassen. Maar eerlijk is eerlijk: op ieder balkon in het gebouw zal het straks goed toeven zijn.

Ook interessant