‘Gebouwen zijn vet’ Tekst en beeld: Marion de Graaff, Tekstbureau ’t Kofschip.

Nora Hussain is nog maar zestien, maar heeft al helemaal bedacht hoe haar toekomst er qua werk uit ziet. Ze zit in het eerste jaar van de mbo-opleiding Bouwkunde op het Deltion College in Zwolle.

Het plan was aanvankelijk om na de havo de hbo-opleiding Bouwkunde te doen, maar door omstandigheden stroomde Nora af naar de mavo. Dat betekende dat ze naar het mbo moest. ‘Jammer’, zegt ze, ‘maar zo kom ik er ook wel, al zal het wat langer duren.’ Dat ze bouwkunde wilde gaan doen, wist ze al heel lang. Ze zat als kind altijd al gebouwen te tekenen. ‘Dat heeft mijn vader me geleerd. Helaas is hij vorig jaar overleden. Mijn keuze voor bouwkunde heb ik gelukkig wel met hem kunnen bespreken. Hij vond het een uitstekend idee.  Gebouwen fascineren me, ik vind het vet om te zien hoe ze in elkaar zitten. Zolang er mensen zijn, zijn er gebouwen. Ik zou gebouwen willen ontwerpen en daarin mijn eigen stijl ontwikkelen. Na het mbo wil ik naar het hbo en dan doorstromen naar de Academie van Bouwkunst. Dat is onderdeel van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Creativiteit en ontwerp staan er centraal en je kunt er een master architectuur doen. Ik zou het allerliefst architect willen worden, dat is toch wel mijn droom.’

Hoogste cijfers 

Zover is het voorlopig nog niet: in het eerste jaar van de mbo-opleiding gaat het over de basis van het bouwen, bijvoorbeeld bij de lessen in constructieleer. ‘Dat is een van mijn favoriete vakken’, zegt Nora, ‘naast ontwerp & design. Als je weet hoe een gebouw in elkaar zit, dan wordt het nog interessanter en mooier. Het is wel een beetje jammer dat we maar één uur ontwerp & design in de week hebben. Ik hoop dat dat volgend jaar wat meer is.’
Bij Nora in de klas zitten maar drie meiden. Ze lacht: ‘Wij scoren mooi wel de hoogste cijfers voor bijvoorbeeld constructieleer, dat vind ik wel grappig. Aan het begin van het jaar kregen we vaak de vraag: weten jullie zeker dat je deze opleiding wilt doen? Nu hebben we laten zien dat we serieus zijn en hebben we onze plek veroverd. De docenten vinden dat ook wel leuk, geloof ik.’

Praktijk

Vanaf maart tot aan het einde van het schooljaar staat er een lange blokstage gepland. Nora wil graag naar een bekend architectenbureau in Deventer, maar vanuit de opleiding wordt geadviseerd om de eerste stage op een bouwplaats te doen. Ze is er gemengd over: ‘Ik weet eigenlijk nu al dat ik wil ontwerpen, en dat is bureauwerk. Ik ga wat dat betreft niet ‘op de bouw’ werken. Nu hebben we vier uur praktijk per week, dat zijn voor mij de minst leuke lessen. Ik ben nou eenmaal niet zo handig, en nu (november) is het gewoon koud buiten! Maar ik snap wel dat praktijk erbij hoort en ik leer er wel veel van. De lessen autocad-tekenen en revit vind ik ook leuk. Dat ik vroeger veel tekende, komt zeker wel van pas. Ik kon een aantal schetsen voor mijn portfolio gebruiken, en ik kan me goed voorstellen hoe ik een gebouw in een computerprogramma weergeef. Ik heb al mijn oude tekeningen bewaard; wie weet kan ik er ooit eentje uitwerken en wordt die dan echt gebouwd.’

Colosseum

Oude gebouwen vindt Nora echt cool, zoals het Colosseum in Rome. ‘Later zou ik het liefst een gebouw ontwerpen waar heel veel toeristen naar komen kijken, en waar het dus altijd druk is’, zegt ze. ‘Dat gebouw moet modern zijn, maar ook verwijzen naar vroeger. Hoe dat er precies uit gaat zien, weet ik nu nog niet, maar het is leuk om er alvast over na te denken.’ 

Ook interessant