'Hijsen maar, zakken maar' Tekst: Marion de Graaff, Tekstbureau ’t Kofschip, Beeld: Geurt van Roekel.

De bouw is helaas nog steeds een van de meest onveilige sectoren. Aandacht voor veiligheid op de bouwplaats is dus nodig. Daarom ontwikkelen verschillende organisaties waaronder FNV Bouwen & Wonen, CNV Vakmensen, Bouwend Nederland, Aannemersfederatie Nederland, Vereniging van Waterbouwers en NVB samen het instrument Bouwspraak.

Bouwspraak is een serie afspraken op het gebied van het communiceren door middel van gebaren op de bouw. Er zijn waarschuwingsgebaren en actiegebaren. Het is belangrijk dat hand- of armseinen precies en eenvoudig omschreven zijn, en dat ze zowel gemakkelijk uit te voeren als goed te begrijpen zijn. Seinen moeten uniek zijn, zodat ze niet onderling verward kunnen worden. Als een gebaar goed ‘breed’ wordt gegeven (voor de seingever kan het wat overdreven lijken), dan is het ook van een flinke afstand te zien. Bij veel signalen maken beide armen hetzelfde gebaar. Als dat zo is, dan moeten de armen tegelijk bewegen. Een beweging of gebaar mag maar één enkel signaal weergeven. 

Verticaal transport 

Voor communicatie vanaf de bouwvloer naar een kraanmachinist kunnen ook arm- en handseinen worden gebruikt. Bij de VVT (Vereniging Verticaal Transport) zijn posters en kaarten te verkrijgen waarop de arm- en handseinen staan zoals aangegeven in de Europese richtlijn. Toch verloopt die communicatie bij verticaal transport in de regel met behulp van portofoons. Geurt van Roekel, kraanmachinist bij BAM, legt uit: ‘Ik werk nu op een hoogte van vijftig meter en dan is het niet zo makkelijk om te zien wat die ‘lego-poppetjes’ beneden doen. Bovendien moet ik ook spullen vanachter een gebouw omhoog hijsen, of ze daar laten zakken. Dan is de hijsbegeleider op de grond voor mij compleet uit het zicht. Ook als het mistig is en ik vanuit mijn cabine de bouwvloer niet zie, zorgt goede communicatie door de portofoon ervoor dat ik gewoon kan werken. Nou ja, gewoon, dat gaat dan op het gehoor.’ Toch zijn arm- en handseinen heel nuttig, vindt Van Roekel. ‘Het komt zelden voor’, zegt hij, ‘maar het kan een keer gebeuren dat een portofoon even niet werkt. Of dat je op een verkeerd kanaal zit. Schreeuwen heeft over een grote afstand geen zin, dus dan moet je terugvallen op gebaren vanaf de grond. Het is daarom zeker belangrijk dat iedereen ze kent.’ 

Over en sluiten 

Over communiceren via de portofoon zegt Techniek Nederland: ‘Denk aan de volgende zaken: Noem de naam van de aan te spreken persoon altijd eerst, zodat die persoon weet dat hij iets moet gaan doen. Spreek kalm en bedenk dat de portofoon door storing of achtergrondruis slecht over kan komen. Gebruik “over” om aan te geven dat je klaar bent met wat je wilde zeggen. Bevestig als ontvanger de opdracht, zodat de ander weet of de boodschap goed is aangekomen. Beëindig een communicatie met “sluiten”.’ ‘Heel goed’, zegt Geurt van Roekel. ‘Ik moet wel eerlijk zeggen dat mijn vaste hijsbegeleider en ik soms iets beknopter communiceren. We werken al ruim vijf jaar samen en wij staan de hele dag via de portofoon met elkaar in verbinding. Ik heb dus aan een half woord van hem genoeg. Behalve met de hijsbegeleider beneden kan ik via een portofoonverbinding ook praten met de kraanmachinist op de torenkraan die hier iets verderop staat. We hebben allebei een enorme giek, dus als je in elkaars draaicirkel komt is het handig om dat even aan te geven.’ 

Ook interessant