Stormloop op subsidieaanvragen SDE+

Ontwikkelaars van hernieuwbare-energieprojecten hebben de afgelopen maanden massaal een aanvraag voor SDE+subsidie ingediend. De enorme belangstelling heeft te maken met de ingrijpende aanstaande wijzigingen. Veel initiatieven op het gebied van opwek komen dan niet meer voor subsidie in aanmerking.

In zijn brief aan de Tweede kamer schrijft minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) dat er in de jongste subsidieronde van de SDE+ ruim 7.500 aanvragen zijn ingediend. Daar is een bedrag van in totaal ruim 9 miljard euro mee gemoeid, dat is maar liefst 4 miljard euro  meer dan het beschikbare budget. Wanneer alle projecten ook daadwerkelijk worden uitgevoerd, levert dat een gezamenlijke jaarproductie van 35,1 PJ op.

In vergelijking met vorige subsidieronden is de belangstelling enorm. Zo kwamen er in het najaar  van 2018 krap 6.000 aanvragen binnen met een budgetclaim van 7,7 miljard euro.  Afgelopen voorjaar ging het om 5.376 aanvragen voor een totaalbedrag van 4,8 miljard euro; hiermee werd de regeling niet eens overtekend. Voor de goede orde, deze cijfers betreffen niet de gehonoreerde aanvragen, die aantallen liggen lager.

Ingrijpende wijziging

Volgens brancheorganisatie  Holland Solar is de bovenmatige belangstelling van deze najaarsronde wat zon-pv  betreft toe te schrijven aan de ingrijpende wijziging van de SDE-regeling. Het budget gaat fors omlaag en er worden concurrerende technieken aan de regeling toegevoegd. Dit vooruitzicht heeft ertoe geleid dat iedereen zijn best heeft gedaan om nog deze ronde een aanvraag te kunnen doen. 

Eind vorig jaar maakte minister Wiebes bekend dat de SDE-regeling vanaf 2020 anders wordt opgezet. Er wordt dan niet langer steun verleend voor de opwek van hernieuwbare energie, maar voor het vermijden van CO2-uitstoot. Dat betekent dat ook andere technieken, zoals CCS (afvang en opslag van CO), kunnen meedingen. Tevens is de verwachting dat er minder geld beschikbaar zal zijn dan de afgelopen jaren. De laatste min of meer klassieke ronde heeft in maart plaats en is bedoeld voor projecten die eerder buiten de boot vielen als gevolg van de stikstofproblematiek en het ontbreken van een vereiste transportindicatie.

Vooral zonneprojecten

In de afgelopen najaarsronde zijn 7.251 aanvragen ingediend voor zonneprojecten, veruit de meest populaire categorie dus. Dat staat in schril contrast tot de veertien aanvragen voor initiatieven op het gebied van aardwarmte. Overigens is dat voor deze techniek een alleszins redelijk aantal. Minister Wiebes noemt dat in zijn brief 'opvallend meer dan gemiddeld in de voorgaande rondes'. 

Geothermie-operators kijken volgens brancheorganisatie Dago met angst en beven uit naar de basisbedragen voor 2020. 'Want uit een conceptadvies van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat er waarschijnlijk sprake zal zijn van een daling,' zegt secretaris-generaal Martin van der Hout. 'Extra problematisch voor geothermie is dat de gemiddelde kostprijs van nieuwe projecten de komende tijd eerder zal stijgen dan dalen, waardoor de concurrentiepositie van de sector binnen de SDE nog verder afneemt. De regeling geeft voorrang aan technieken die het meest tegen de laagste kosten.

Robuuster putontwerp

Een probleem voor zijn sector is volgens Van der Hout dat zijn sector zich met aardwarmte in een stadium bevindt waarin technische zaken nog verder doorontwikkeld moeten worden. Er wordt gewerkt aan een robuuster putontwerp. Dat brengt per put al gauw twee tot drie miljoen euro aan meerkosten met zich mee. Dago  heeft daarom bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland de vraag neergelegd of er niet vanuit EIA steun kan worden verleend aan geothermieprojecten. 

Ook interessant