‘Meer vraag naar koper en zink’ Tekst: Marion de Graaff, Tekstbureau ’t Kofschip. Beeld: Jochem Duijts

In de loop der jaren maakte Jochem Duijts naam met specialistisch koper- en zinkwerk. ‘Dat is echt een ambacht en er zijn niet heel veel mensen meer die dat uitoefenen. Jammer, want er is juist steeds meer vraag naar koper en zink, vooral bij renovaties van monumenten.’

Het bedrijf van Jochem Duijts heet Idéfix. ‘Die naam bedacht ik in de tijd dat ik begon als klusser: iemand heeft een idee, ik fix het. Toen ik later mijn vestigingsvergunning installatietechniek haalde en me op het dakwerk toelegde, is de naam gebleven. Mensen onthouden hem, dus dat is mooi.’

Traditioneel zinkwerk

‘Traditioneel zinkwerk komt veel voor’, zegt Duijts. ‘Met name in de vorm van een dakgoot of een deklijst. Zink wordt voor die doeleinden sinds ongeveer 1810 in Nederland gebruikt. In de vorige eeuw waren er massa’s zinkwerkers. Het leuke is dat er toen verschillende ‘modes’ waren. In de Randstad werd zink anders aangebracht dan hier in Groningen of in het zuiden van het land. Vanaf 1900 ontstond er meer uniformiteit omdat er over werd geschreven in leerboeken. Er ontstonden toen ook meer voorschriften.

Bibliotheek

Duijts doet dit werk nu zo’n twintig jaar. ‘In de loop van die tijd heb ik een bescheiden bibliotheekje aangelegd met boeken over zinkwerk. Er zijn echt oude werken bij met afbeeldingen en aanwijzingen. Het is boeiend om te lezen hoe het vak zich ontwikkelde. Het afwerken en decoreren van daken met zink kwam op rond 1840. Tot ongeveer 1890 was het heel gebruikelijk om ornamenten van zink toe te voegen. Later vond men dergelijke versieringen van zink een falsificatie: ornamenten van koper of graniet waren ‘echt’ , zink was namaak. En zo zijn er heel veel beelden verdwenen. Ze werken niet langer onderhouden, en in beide wereldoorlogen was iedere metaalsoort bruikbaar. Er is dus nog maar heel weinig over van die bijzondere dingen. Gelukkig wordt het nu wel weer op waarde geschat en bij renovaties is vaak de wens om ze in de originele staat terug te brengen. Dat is prachtig werk natuurlijk. In het sierwerk gaan meestal wel veel meer uren zitten dan ik ‘durf’ te factureren. Als je het zo bekijkt verdien ik meer aan het vervangen van zinken goten. Maar het gaat om werkplezier en afwisseling, en dat heb ik volop.’

Jongeren interesseren

Duijts heeft één werknemer in dienst. ‘Die heeft al lang de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, maar gaat hopelijk nog lang door. Het is namelijk niet gemakkelijk om jongeren voor het vak te interesseren. Ze denken dat het slecht verdiend, en dat je er vieze handen van krijgt. Dat laatste is wel waar, maar dat eerste zeker niet. Er is een goede boterham mee te verdienen, en het is echt mooi werk. Het is een vak dat je vooral in de praktijk moet leren van iemand die het in de vingers heeft. Ik heb me een aantal jaren ingezet om het vak te promoten, ben zelfs als expert betrokken geweest bij de WorldSkills. Maar het valt niet mee. Jongeren vinden het oubollig. Binnen de techniek spreken onderwerpen als duurzaamheid en innovaties meer tot de verbeelding. Het is natuurlijk ook mooi om met de toekomst bezig te zijn, maar dat mag wat mij betreft niet ten koste van het verleden gaan.’

Duijts is voorzitter van het metalen dakdekkersgilde, een vakgroep die onderdeel uitmaakt van Techniek Nederland. ‘Ook als gilde timmeren we aan de weg, en houden we het vak levend. We delen kennis met elkaar en hebben een eigen richtlijn opgesteld. De leden die bij ons zijn aangesloten en volgens die richtlijn werken, leveren gegarandeerd goed werk. Op die manier willen we onze vakkennis en -kundigheid beschermen.’

Ook interessant