Niet afschrijven maar opschrijven Tekst: Marion de Graaff, Tekstbureau ’t Kofschip. Beeld: Madaster.com.

Rondom het hele bouwproces ontstaat er afval. Bij het maken van bouwmaterialen, bij het bouwen zelf, en natuurlijk als een pand ‘op’ is en verbouwd of gesloopt wordt. ‘Afval is anoniem materiaal; niemand is er verantwoordelijk voor. Dat verandert als je alle materialen een identiteit geeft en die vastlegt in een paspoort. Een materialenpaspoort dus.’

In een materialenpaspoort van een gebouw wordt vastgelegd wat er voor materialen gebruikt zijn, compleet met alle unieke eigenschappen en aantallen. Om al die materialenpaspoorten te beheren is drie jaar geleden Madaster opgericht. ‘De naam is een knipoog naar het kadaster’, vertelt Marijn Emanuel, verantwoordelijk voor product development bij Madaster, ‘maar dit gaat over materialen in de gebouwde omgeving, Madaster dus. Het fungeert als een publiek platform voor de hele vastgoedwereld, waaronder particulieren, bedrijven, overheden, en de wetenschap. Je zou het de Burgerlijke Stand voor materialen kunnen noemen. We timmeren flink aan de weg en krijgen regelmatig aandacht van pers en vakbladen. Duurzaamheid en circulariteit staan sowieso enorm in de belangstelling, en dat is precies waar Madaster om draait.’

Afval elimineren

Marijn Emanuel legt graag uit waarom een materialenpaspoort nodig is, en wat het de economie oplevert. ‘Grondstoffen kunnen niet eindeloos ‘gewonnen’ worden. We kunnen er wél voor zorgen dat ze zo lang mogelijk - en liefst oneindig lang - beschikbaar blijven. Door materialen te documenteren erkennen we dat ze bestaan en daardoor kunnen we ze duurzaam hergebruiken. Afval is een anoniem materiaal; niemand is er verantwoordelijk voor. We weten allemaal dat afval een groot probleem is. Ons doel is om afval te elimineren door materialen een identiteit te geven.’ Het Madaster platform fungeert als een publieke, online bibliotheek van materialen in de gebouwde omgeving. Het koppelt materiaal-identiteit aan locatie en legt dit vast in een materialenpaspoort. Dat maakt inzichtelijk hoeveel en welke materialen in een gebouw zijn gebruikt, wat de kwaliteit ervan is, waar in het gebouw de materialen zich exact bevinden, en gegevens over de financiële en circulaire waarde. ‘Aan de hand van een materialenpaspoort is gemakkelijk te bepalen wat hergebruikt kan worden, en dat draagt bij aan de circulaire economie die we nastreven’, aldus Emanuel.

Transitieagenda

Sander Beeks, business support bij Madaster: ‘Voor een bouwer/opdrachtgever is het op dit moment niet verplicht om een materialenpaspoort aan te maken. Het is in 2018 wel opgenomen in de Transitieagenda Circulaire Bouweconomie, die onder verantwoordelijkheid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is geformuleerd in het kader van het Grondstoffenakkoord. Volgens die Transitieagenda wordt in 2020 vastgesteld of het een verplichting gaat worden. Ook de NEN is daarbij betrokken, middels het platform CB’23. Het is natuurlijk belangrijk dat er eenduidigheid komt, vandaar dat er veel verschillende partijen meedenken. Het plan is wel om op een gegeven moment maar gewoon te starten. In de loop van de tijd kunnen er dan altijd nog dingen, op basis van praktijkervaring, worden aangepast en aangevuld.’ 

Ook interessant