Minister zet vol in op digitalisering in de bouw

Auteur zonder afbeelding icoon
Bouw en Installatie Hub
23 juni 2026
3 min

De komende tijd worden er in de bouw heel concrete stappen gezet op het gebied van digitalisering. Dat laat de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O’Sullivan weten in een brief aan het parlement. Dat is nodig om de stijgende complexiteit onder controle te houden.

100.000 woningen bouwen op een kleine ruimte, verduurzamen van bestaande woningen, funderingen die massaal verzakken, verouderde infrastructuur, netcongestie, watercongestie, stikstof, een tekort aan vakmensen, het is zomaar een greep uit de opgaven waar de bouw voor staat. En digitalisering is één van de middelen (naast innovatie, industrialisatie en standaardisatie) waar de minister vol op wil inzetten om al die uit uitdagingen beheersbaar te maken.

In de brief wil Boekholt-O’Sullivan de maatregelen zo concreet mogelijk maken. Ze noemt drie hoofdlijnen waarop ze digitalisering wil versnellen: technologie, processen & organisatie, en mensen & vaardigheden.

Het komende jaar moeten de concrete stappen die worden genoemd nog veel concreter worden, met een duidelijke actieagenda. ‘De opbrengsten van deze digitaliseringstrategie zullen merkbaar zijn in de gehele keten: van eden versnelde gebiedsontwikkeling, naar een soepeler vergunningsverlening proces, tot versnelde verduurzaming van gebouwen.’

Breder datafundament

Op het gebied van technologie wil ze de digitale infrastructuur uitbreiden. ‘Digitale technologie moet ons in staat stellen om sneller te kunnen ontwikkelen, bouwen, renoveren en materialen te hergebruiken’, stelt ze. ‘Dat betekent dat de technologie moet ondersteunen bij het verkrijgen van inzicht in de situatie nu, de situatie waar we naar toe willen en de stappen die we van het nu naar de gewenste toekomst zetten. Oftewel: een gedeeld digitaal beeld van de fysieke leefomgeving dat niet statisch is, maar waarin ook veranderingen kunnen worden bijgehouden.’ Zo moeten de verschillende partijen in de opeenvolgende fasen met elkaar verbonden worden. Alle informatie moet erin toegankelijk worden, zonder dat het centraal moet worden opgeslagen. Dat betekent dat er een breder datafundament komen, gebaseerd op meer gegevens zoals milieu- en bodemonderzoeken, funderingsgegevens, mobiliteit, energie-infrastructuur en gebouwkenmerken. Daarnaast worden de mogelijkheden verkend om tot één digitale ruimtelijke planketen te komen, die de volledige levenscyclus omvat, van ontwerp tot sloop. Daarmee moet samenhang worden gecreëerd in systemen, processen, gegevensuitwisseling en governance.

Om dat laatste überhaupt te kunnen doen, moet er een gemeenschappelijke digitale taal worden gecreëerd, met gelijke definities. Bovendien wordt gewerkt aan het terugdringen van versnippering in standaarden.

Versterken regie

Ook de processen in de bouw moeten efficiënter, en daar kan digitalisering volgens de minister bij helpen. Die technologie moet nadrukkelijker in de processen worden opgenomen. Dat betekent ‘dat er een duidelijk coördinatie en samenhang moet komen tussen initiatieven, programma’s en technologie, en tussen regels, kaders en richtlijnen.’ Dat betekent bijvoorbeeld dat digitale informatie voortaan onderdeel moet wordt van de uitvragen, contracten, beoordelingsprocessen en besluitvorming, in plaats van dat ze als extra bijlage worden gevraagd. Ook wil de minister positieve prikkels geven aan projecten die aantoonbaar voldoen aan minimale informatiebehoeften. Wetgeving moet worden aangepast als die innovaties onmogelijk maakt. Ook de coördinatie moet beter, en heel duidelijk worden gekeken naar wat er in Europa gebeurt.

Mensen en vaardigheden

Tot slot draait het volgens de minister natuurlijk allemaal om mensen. Door de digitale vaardigheden van mensen te verbeteren, moet ook de uitvoeringskracht worden vergroot. Er moet een cultuur komen’ waarin digitalisering en digitale innovaties mogelijk zijn en verantwoord worden ingezet.’