Strak tegelvlak Tekst: Marion de Graaff, Tekstbureau ’t Kofschip. Beeld: Shutterstock.com.

Tegelen lijkt gemakkelijk, maar het is absoluut een vak. Een superstrakke tegelwand of –vloer is een lust voor het oog, en het is altijd het resultaat van goed rekenwerk, geduld, snel en zorgvuldig werken. En... van het gebruik van wat slimme hulpmiddelen.

Geen tegelzetter zal alleen met tegels en lijm in de weer gaan om een vloer of wand te tegelen. Hoeveel jaren iemand ook al in het vak zit, en hoe vlak en strak de tegels er op het oog ook uitzien.

Ongelijk 

Tegels van natuursteen schelen onderling altijd wel iets in dikte. Dat verschil is soms maar een halve millimeter maar het kan ook iets meer zijn. Ook keramische tegels variëren wel eens wat omdat ze soms na het bakken een beetje krimpen bij het afkoelen. Het is lastig om ongelijke tegels mooi vlak op de wand of vloer te krijgen. Bij wandtegels is een minimaal hoogteverschil nog niet zo’n ramp, maar op een vloer is het al heel snel storend. Bij grote formaten vloertegels kan de afwijking zomaar twee millimeter zijn. Dat kan voor beschadigingen zorgen aan de tegels zelf maar ook aan meubels, en zelfs tot persoonlijk letsel leiden. 

Tips en tricks 

Bij het tegelen is goed gereedschap belangrijk, en ook kennis van bepaalde tips en tricks. Zoals een nivelleersysteem: een onmisbaar hulpmiddel om ervoor te zorgen dat alle tegels op exact gelijke hoogte liggen. Er zijn verschillende systemen op de markt, en iedere tegelzetter zal het systeem kiezen dat hij/zij het handigst vindt. Met een nivelleersysteem kunnen tegels niet alleen vlak, maar ook snel worden gelegd, met als resultaat een perfecte wand of vloer. 

Kruisjes en doppen 

Een eenvoudig systeem is er eentje van voegkruisjes en tegeldoppen. Dat gaat als volgt: de tegel wordt op het lijmbed gelegd, daarna wordt het kruisje onder de tegel geschoven. Dan is de volgende tegel aan de beurt. Die wordt op de nog vloeibare lijm gelegd en bewogen totdat hij in de goede positie ligt. Door een tegeldop op de steel van het voegkruisje te plaatsen en die aan te draaien kan de hoogte heel nauwkeurig worden bepaald. Voegkruisjes zorgen er ook voor dat de voegen overal even breed zijn. Het mooie van de kruis-dop methode is dat de tegeldoppen herbruikbaar zijn. 

Spieën en clips 

Bij een andere methode wordt gebruik gemaakt van spieën en tegelclips. De gewenste voegmaat bepaalt de keuze van de dikte van de tegelclips. Als de tegel in de lijn- of mortellaag ligt wordt de voet onder de tegel geschoven. Hoe groter de tegel, hoe meer clips er nodig zijn, maar bij een gemiddelde tegelmaat is twee per kant genoeg. De volgende tegel komt tegen de clips aan te liggen, die ook de functie van afstandhouders hebben. Als er twee tegels aan de clip liggen, kan de spie in de opening van de tegelclip worden geschoven. Dan is het een kwestie van aandrukken met een speciale tang om de tegels op de juiste hoogte te krijgen. Als de lijm of mortel bijna hard is, is het tijd om eerst de spieën en daarna het zichtbare deel van de tegelclip weg te halen. Dat kan met een hamer (rubber) maar het lukt ook prima met een werkschoen. Beweeg de clip altijd in de richting van de voeg en niet in de richting van de tegel. Welk systeem ook is gekozen: het is altijd aan te raden om tussendoor af en toe even de waterpas op het vlak te leggen om te checken of het goed gaat. 

Ook interessant